Uitrijregeling MAP5

Goedgekeurd door

Beste landbouwer,
Beste loonwerker,

Met deze tool bieden wij een eenvoudige, duidelijke weergave van de uitrijregeling binnen MAP5.

Duid uw type bedrijf, type bodem en type teelt aan, en bekijk de periode waarin u de gewenste meststof kan uitrijden (van toepassing vanaf 2016) binnen MAP5. Ook wordt aangegeven welke maximale gehaltes stikstof kunnen worden uitgereden.De uitrijregeling voor focusbedrijven gaat pas in vanaf 1 januari 2016. In de uitrijperiodes gelden de bemestingsnormen; in bepaalde periodes wordt deze hoeveelheid beperkt; de maximale gehaltes stikstof die dan kunnen worden uitgereden, worden telkens weergegeven.

Gehanteerde definities

  • Nateelt: de teelt die na de hoofdteelt op hetzelfde perceel en in hetzelfde jaar verbouwd wordt.
  • Specifieke teelt: fruit, sierteelt of boomkweek, aardbeien, groenten van groep I, groenten van groep II, groenten van groep III, spruitkool of graszoden.
  • Vanggewas: een groenbedekker uit de teeltenlijst, zoals van toepassing in het gemeenschappelijk landbouwbeleid, die niet-vlinderbloemig is, een mengsel van dergelijke groenbedekkers of een mengsel van gras en klaver.

Indien vermeld wordt dat er een gewas moet aanwezig zijn bij de bemesting, moet dit een levend gewas zijn (bvb. geen oogstresten of afgestorven groenbedekker).

LET OP: deze uitrijregeling geldt voor niet-derogatiepercelen! Op derogatiepercelen mag geen enkel type meststof opgebracht worden tussen 1/09 en 15/02. Extra voorwaarden bij bemesting van derogatiepercelen:

  • Kunstmest mag geen P2O5 bevatten
  • 2/3de van de dierlijke mest moet voor 31 mei toegediend worden
LET OP: over het volledige jaar moet u rekening houden met de totale bemestingsnormen. Voor focusbedrijven met maatregelen categorie 2 & 3 worden deze bemestingsnormen ingeperkt tot 90% resp. 80% van de toegelaten bemesting in kg N uit dierlijke mest en in kg werkzame N. In bepaalde gevallen zal de P2O5-norm beperkend zijn voor de hoeveelheid bemesting. Bovendien moet u rekening houden met beperkingen in bepaalde periodes, zoals de bemesting uit effluent of spuistroom met een lage N-inhoud tijdens de periode van 1/09 t.e.m. 15/11 en 16/01 t.e.m. 15/02; in deze 2 periodes samen mag de bemesting maximaal 30 kg N totaal/ha bedragen, waarvan maximaal 10 kg N mineraal/ha.

Om het gehalte aan minerale stikstof (som van ammonium, nitriet en nitraat) in het effluent te bepalen, kan u een analyse laten uitvoeren. Dankzij de bedrijfsbenadering die de Mestbank in MAP5 hanteert, gelden de bemestingsnormen niet meer op perceelsniveau, maar wel op bedrijfsniveau.
LET OP: Het uitrijden van effluent of spuistroom in de periodes van 1/09 t.e.m. 15/11 en 16/1 t.e.m. 15/02 is enkel mogelijk voor meststoffen met een lage stikstofinhoud (< 0.6 kg N totaal/ton). Op de website van de Mestbank kan u hiervoor een attest aanvragen. In 2015 mag dit effluent of spuistroom met lage N-inhoud ook nog worden opgebracht vanaf 16/11 t.e.m. 31/12, op voorwaarde dat er een gewas aanwezig is. Op focusbedrijven met maatregelen categorie 2 & 3 is het niet toegelaten effluent of spuistroom op te brengen van 1/09 t.e.m. 15/02.

Al deze info kan u ook terugvinden op de website van de VLM-Mestbank.

1. Is uw bedrijf een focusbedrijf?


2. Is de bodem van het perceel waarop u wilt bemesten een zware kleigrond?


3. Welke teelt wilt u bemesten?





Disclaimer: Deze rekentool is door het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCMvzw) met de meeste zorg en nauwkeurigheid opgesteld. Deze rekentool heeft een informatief karakter. Bij discussie is enkel de relevante wetgeving bepalend. Het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCMvzw) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de juistheid, volledigheid en actualiteit van de geboden informatie. Het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCMvzw) garandeert evenmin dat de website foutloos of ononderbroken zal functioneren. Het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCMvzw) kan bijgevolg niet aansprakelijk worden gesteld.